banner

Humanities Computing Electronic Text

[2006-2007] [2005-2006] [2004-2005] [2003-2004] [2002-2003] [2001-2002]

Aanvangscompetenties (Begintermen)

1.1. Language

Aangezien dit vak in het Engels wordt gedoceerd wordt er van de studenten verwacht dat ze en goede kennis hebben van die taal. Dat betekent dat studenten vlot gesproken Engels op academisch niveau kunnen begrijpen, wetenschappelijke artikels in het Engels kunnen lezen en begrijpen, een mondelinge en een schriftelijke vaardigheid van het Engels bezitten.

1.2. Technology

Het vak is toegankelijk voor studenten die minimaal BA2 succesvol hebben doorlopen.

Van de studenten wordt verwacht dat ze computervaardig zijn. Dit betekent dat studenten vertrouwd zijn met het Windows besturingssysteem op operationeel niveau. Concreet betekent dit dat studenten:

Verder is geen speciale computerkennis vereist.

1.3. Contents

Van de studenten wordt verwacht dat ze geïnteresseerd zijn in:

2. Eindcompetenties (Eindtermen - Doelstellingen)

2.1. Kennis en inzichten (weten):

<)>Op het einde van deze opleiding kunnen studenten in hun eigen bewoording antwoorden op de volgende algemene vragen:

De studenten hebben ook inzichten verworven in:

De studenten hebben de kennis en de inzichten in huis om een digitaal project van een kleine tot middelmatige omvang te concipiëren, plannen, begeleiden en tot een goed eindresultaat te brengen.

2.2. Vaardigheden (kunnen):

Op het einde van deze opleiding kunnen studenten de volgende acties zelfstandig en met succes uitvoeren:

3. Inhoud

3.1. Algemeen

Computers begrijpen geen teksten zoals mensen dat kunnen. Computers werken alleen met elektrische ladingen die gerepresenteerd worden door het binaire stelsel: 1 of 0, aan of uit, ja of neen. Het vocabularium van een computer reikt niet verder dan dat.

Voor de dagdagelijkse productie van allerhande teksten doen we een beroep op tekstverwerkers die teksten samen met hun structuur en lay-out in een merk-eigen formaat opslaan met alle gevolgen vandien: software- en platform-incompatibiliteit, verlies van data bij bestandsconversie, archiveringsproblemen, korte levensduur van de bestanden, en vooral... de reductie van de rijke structuur en semantiek van een tekst tot lay-out conventies.

Het gebruik van elektronische teksten kent een enorme boom in alle functies en geledingen van onze maatschappij. Niet alleen in de humane, sociale en harde wetenschappen wordt er meer en meer gewerkt met elektronische teksten en bestanden, ook de industrie en de overheid heeft er meer en meer mee te maken. Om de opgesomde problemen met elektronische teksten te vermijden, zijn er internationaal geaccepteerde standaarden ontwikkeld waarmee inhoud, structuur en semantiek in platform- en sofware-onafhankelijke coderingsstandaarden worden gedocumenteerd. Deze cursus biedt de studenten inzichten, kennis en praktische ervaring in het gebruik van dergelijke standaarden voor text-encoding en markup, als daar zijn: SGML, XML, (X)HTML, XSL, CSS, TEI.

In deze cursus worden strategieën, tools en technieken behandeld voor de creatie, verrijking, opslag, manipulatie en publicatie van elektronische teksten. Daarnaast mag de student een inleiding verwachten in de achtergronden en geschiedenis van het Internet, het World Wide Web, de computer en elektronisch publiceren.

Deze cursus is geen web-design cursus.

3.2. Studiebelasting

Dit vak telt voor 4 ECTS credits wat equivalent is van een studiebelasting van 120 uren. Die zijn als volgt verdeeld:

3.3. Leeromgeving

Er is een elektronische leeromgeving die elke week wordt geüpdated en waarop elke week ook de slides van het voorbije college worden gepost. Op die website vind je ook alle literatuur terug, downloadbestanden, tools, en wekelijkse opdrachten.

3.4. CD-ROM

Elke student krijgt een exemplaar van de CD-ROM XML, XSL & Digitization. Tools and Resources.

4. Evaluatievormen

De evaluatie van de studenten gebeurt op basis van vier onderdelen waaraan de studenten moeten deelnemen om in aanmerking te komen voor een eindcijfer:

  1. Aanwezigheid in de les.
  2. Permanente evaluatie: oefeningen.
  3. Permanente evaluatie: participatie tijdens de contactmomenten.
  4. Groepsopdracht.

Voor de onderdelen 1 t.e.m. 3 krijgen de studenten een individueel cijfer dat 50% van het eindcijfer bepaalt. Voor de groepsopdracht krijgen alle studenten hetzelfde cijfer voor een project waarvoor ze als groep de gezamenlijke verantwoordelijkheid dragen. Dit cijfer bepaalt de overige 50% van de groepsopdracht.

De groepsopdracht mondt uit in een elektronische publicatie en wordt in week 3 van de cursus meegedeeld.


XHTML auteur: Edward Vanhoutte
Last revision: 14/03/2009

[Home] [Bio] [Volledig CV] [Publicaties] [Onderzoek] [Consult] [Koken] [Contact]


Valid XHTML 1.0!